van koning tot slaaf

Macht en bezit, maar bezit is ballast

In den beginne

In vroeger tijden was de bevolking hoog over als volgt ingedeeld: Bestuurders (de adel), werkende mens en lijfeigenen (slaven o.i.d.). Bestuurders bezaten meestal heel veel, bijvoorbeeld grond. De werkende mens bezat datgene wat die zich kon veroorloven, meestal was dat niet bijster veel. Lijfeigenen bezaten minder dan niets, zij waren eigendom! Bezit is ballast was een ondenkbaar fenomeen, bezit was macht!

In dit stuk beschrijf ik dat er in die honderden jaren aan ontwikkeling niet veel is veranderd in de onderlinge verhoudingen van de mensen en het bewustzijn dat bezit ballast is.

De belangrijkste verschuiving is de status van de adel geweest. De adel werd deels afgeschaft en bestuurders werden ‘gekozen’ vanwege hun deskundigheid. Geld geeft macht en het grote geld bleef vaak achter bij de ‘oude’ adel. Slechts een heel kleine groep middenstanders slaagde erin om een kapitaal te vergaren. Thans is de verdeling van rijkdom: 8% van de mensen bezit 90% van het totale kapitaal op aarde. Het grootste deel van onze bestuurders komen uit de elite kern van de rijkste. Dus wat is er in feite veranderd in die honderden jaren?

Bezit is ballast

Wat zou de oorzaak kunnen zijn dat deze verhoudingen zo scheef liggen? Bezit is inherent aan de angst om het te verliezen. Ter compensatie vergaart men meer bezit dat vervolgens de angst om het te verliezen aanzwengelt. Bezit geeft ook macht. Immers, bezit geeft je het feitelijke uitoefenen van de macht over datgene wat je bezit. Met macht kun je vervolgens meer bezit verschaffen. Het is een zichzelf aanzwengelend mechanisme dat nauwelijks lijkt te stoppen. De Kleine Prins[i] wist dit aardig te verwoorden: “de zakenman telt de sterren en schrijft ze op in een boek en dan is het zijn bezit. Dat doet hij om nog meer sterren te kunnen kopen (opschrijven in een boek).” Is het tij nog te keren?

In tegenstelling tot honderden jaren geleden heeft de gemiddelde mens bijna oneindig beschikking over informatie (internet). Dat wil niet zeggen dat je dan ook de beschikking hebt tot de waarheid. Dus zoveel scheelt dat niet met toen. Wat wel aanmerkelijk scheelt, is dat de gemiddelde mens beter is opgeleid en daardoor minder snel de gegeven ‘waarheid’ voor lief neemt. Een oordeel wordt minder opgedrongen en meer zelf gevormd. De zelf gevormde oordelen kunnen makkelijk met elkaar gedeeld worden. Het delen van de oordelen kan een organisatie vormen die tegenstand kan bieden.

Naar een nieuw model

Het delen en spontaan organiseren zie je steeds meer gebeuren. Men biedt diensten of producten aan in ruil voor andere diensten en producten. Er ontstaan initiatieven om buiten de reguliere banken projecten te financieren, ‘crowd funding’. Deze vorm van financieren kiest men steeds vaker omdat de bank zich gedraagt als een lijfeigenaar. De lijfeigene is de schuldenaar of hypotheekhouder. Banken oefenen een ongelooflijke macht uit op de schuldenaar en is te vergelijken met een lijfeigenaar. De ontwikkeling van collectief bewustzijn wordt versterkt door de sociale media. Het is ook dat het collectief bewustzijn de scheve verhoudingen wel terdege ziet. Bezit wordt steeds minder nagestreefd. Men is zich steeds meer van bewust waar de lust om te streven naar meer bezit toe kan leiden. Geld wordt dan weer tot wat het moet zijn: een middel en geen doel op zich.

Het streven naar steeds meer bezit kost energie omdat weerstand moet worden overwonnen. Die weerstand komt voort uit het feit dat bezit moet worden beschermd. Energie is kostbaar en de cirkel is weer rond. De trend die nu is ingezet is de deeleconomie en het ver-servicen van behoeften. Een mooi voorbeeld is het contract tussen Schiphol en Phillips (naar het idee van Thomas Rau). Phillips verkoopt geen lampen, maar licht, inclusief de energie die het kost. Zo zijn er ook bedrijven die mobiliteit verkopen -met mogelijkheden in luxe- en dus geen producten. Men levert een mobiliteitsdevice inclusief brandstof en verzekering. Hiermee voorkomt men ook dat er producten worden gefabriceerd die een beperkte levensduur hebben zodat men gedwongen wordt een nieuw product aan te schaffen. Die verantwoordelijkheid ligt nu bij de aanbieder, en die is niet gebaad bij een beperkte levensduur van een product. Duurzaamheid ten top!

 

[i] De Kleine Prins: Antoine de Saint-Exupéry

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *